Maatregelen

Geeft een gedetailleerd overzicht van verschillende maatregelcodes die betrekking hebben op de verduurzaming van gebouwen.

Invoer & respons

De maatregelcodes zijn essentieel om de verduurzamingskenmerken van een woning te begrijpen en te interpreteren, zoals isolatie, type ramen en verwarmingssystemen. Het is belangrijk om te weten dat deze maatregelcodes zowel voor invoer als respons in de API gelden.

Bouwjaarreeks

1 = t/m 1924

2 = vanaf 1925 t/m 1945

3 = vanaf 1946 t/m 1964

4 = vanaf 1965 t/m 1974

5 = vanaf 1975 t/m 1991

6 = vanaf 1992 t/m 2005

7 = vanaf 2006 t/m 2014

8 = vanaf 2015

Muurisolatie [wall_insulation]

1

Geen isolatie

Not present

Bouwjaar <= 4

2

Matige isolatie

Mediocre

Bouwjaar <= 5

3

Goede isolatie

Good insulation

Bouwjaar <= 6

4

Zeer goede isolatie

Very good insulation

Bouwjaar > 6

Tabel: Rc-waarden

vóór 1975

0 cm (0,36 m2K/W)

5 cm (1,47 m2K/W)

8 cm (2,14 m2K/W)

16 cm (4,00 m2K/W)

1975 – 1987

0 cm (0,36 m2K/W)

7 cm (1,92 m2K/W)

10 cm (2,58 m2K/W)

16 cm (4,00 m2K/W)

na 1987

5 cm (1,47 m2K/W)

10 cm (2,58 m2K/W)

16 cm (4,00 m2K/W)

De dikte van de gebruikte isolatie wordt opgegeven in cm. De Rc‑waarden staan tussen haakjes in m²K/W. Een hoge warmteweerstand (Rc) duidt op goede (dikke) isolatie.

Woningen gebouwd vóór 1920 De gevels zijn oorspronkelijk zonder isolatie gebouwd, maar isolatie kan later zijn aangebracht.

  • Spouwmuurisolatie is zeer onwaarschijnlijk, omdat woningen van vóór 1920 bijna altijd zonder spouw worden gebouwd.

  • Isolatie aan de binnenzijde van de gevel is mogelijk. Tik op de muren: zijn er secundaire muren? Als de draagmuur vóór 1992 is gebouwd, is matige isolatie van 5–7 cm het meest waarschijnlijk. Als de draagmuur in 1992 of later is gebouwd, is goede isolatie van 8–10 cm het meest waarschijnlijk. Probeer de ruimte tussen de voorgevel en de muur te meten en trek er 3 cm vanaf (er zit ongeveer 3 cm lucht tussen het isolatiemateriaal en de buitenmuur).

  • Isolatie aan de buitenzijde is ook mogelijk. Dit is te herkennen aan een dikkere buitenmuur, afgewerkt met stucwerk of stenen strips. Probeer de dikte van de isolatielaag te meten:

    • 8–10 cm: goede isolatie (vaak voorkomend)

    • 13–20 cm: zeer goede isolatie (tamelijk uitzonderlijk)

Woningen gebouwd tussen 1920 en 1974

  • Spouwmuurisolatie is mogelijk. Huizen uit deze periode hebben een spouwmuur, dat is de ruimte tussen de binnen- en buitenmuur. Deze ruimte kan na de bouw worden gevuld met isolatiemateriaal. Controleer de voegen tussen de stenen van de buitenmuur: als er geboorde gaten met cementvulling zijn, is isolatiemateriaal door deze gaten in de muur gespoten. De woning heeft dan spouwmuurisolatie van ongeveer 5–8 cm.

  • Isolatie aan de binnenzijde van de gevel kan aanwezig zijn. Tik op de muren: zijn er secundaire muren?

    • Als de draagmuur vóór 1992 is gebouwd, is matige isolatie van 5–7 cm het meest waarschijnlijk.

    • Als de draagmuur in 1992 of later is gebouwd, is goede isolatie van 8–10 cm het meest waarschijnlijk. Probeer de ruimte tussen de voorgevel en de muur te meten en trek er 3 cm vanaf (er zit ongeveer 3 cm lucht tussen het isolatiemateriaal en de buitenmuur).

  • Isolatie aan de buitenzijde kan ook aanwezig zijn. Dit is te herkennen aan een dikkere buitenmuur, afgewerkt met stucwerk of stenen strips. Meet de dikte van de isolatielaag:

    • 8–10 cm: goede isolatie (vaak voorkomend)

    • 13–20 cm: zeer goede isolatie (tamelijk uitzonderlijk)

Woningen gebouwd tussen 1975 en 1991

De woning heeft spouwmuurisolatie van 5–8 cm. Mogelijk hebben eerdere bewoners of jijzelf na de bouw extra isolatie aangebracht.

  • Extra isolatie aan de binnenzijde van de gevel kan aanwezig zijn. Tik op de muren: zijn er dubbele muren met isolatie? Spouwmuur plus extra binnenisolatie samen is zeer goede isolatie (13–20 cm).

  • Extra isolatie aan de buitenzijde kan aanwezig zijn. Dit is te herkennen aan een dikkere buitenmuur, afgewerkt met stucwerk of stenen strips. In dat geval is er zeer goede isolatie (13–20 cm).

Woningen gebouwd tussen 1992 en 2013

De woning kreeg tijdens de bouw goede gevelisolatie: 8–10 cm. De kans dat dit later is verbeterd naar zeer goed is klein. Uitzondering: sinds 2009 zijn de isolatienormen aangescherpt, waardoor woningen van 2010–2013 waarschijnlijk zeer goede isolatie hebben.

Woningen gebouwd vanaf 2014

De woning kreeg tijdens de bouw zeer goede gevelisolatie: 13–20 cm.

Vloerisolatie [floor_insulation]

1

Geen

Not present

Build Year <= 4

2

Matig

Mediocre

Build Year <= 5

3

Goed

Good insulation

Build Year <= 6

4

Zeer goed

Very good insulation

Build Year > 6

Tabel: Rc-waarden

De dikte van de gebruikte isolatie wordt opgegeven in cm. De Rc‑waarden staan tussen haakjes in m²K/W. Een hoge warmteweerstand (Rc) duidt op goede (dikke) isolatie.

Bouwjaar

Geen isolatie

Matige / spouw isolatie

goede isolatie

very good insulation

vóór 1975

0 cm (0,15 m2K/W)

3 cm (0,82 m2K/W)

8 cm (1,93 m2K/W)

15 cm (3,50 m2K/W)

1975 – 1987

0 cm (0,15 m2K/W)

5 cm (1,26 m2K/W)

10 cm (2,37 m2K/W)

15 cm (3,50 m2K/W)

na 1987

5 cm (1,26 m2K/W)

10 cm (2,37 m2K/W)

15 cm (3,50 m2K/W)

Informatie over de isolatie van de vloer is vaak terug te vinden in documenten over de woning, zoals een aankoopbrochure, een bouwkundig rapport of facturen van renovaties. Je kunt ook zelf kijken in de kruipruimte en de vloerisolatie van je woning controleren. Gebruik het bouwjaar van je woning om hieronder te zien hoe je dat kunt doen.

De toegang tot de kruipruimte bevindt zich vaak onder de deurmat van de voordeur of in een hoek van de woonkamer. In woningen met een voor- en achterkamer kan de toegang onderin de kasten tussen deze kamers zitten. Soms biedt een deur in de kelder toegang tot de kruipruimte.

Bouwjaar vóór 1983

Een woning kreeg tijdens de bouw geen vloerisolatie. Het is mogelijk dat de vloer inmiddels geïsoleerd is. Controleer dit zelf in de kruipruimte onder de vloer:

  • Is er isolatiemateriaal aan de onderkant van de vloer? Bijvoorbeeld piepschuim, kurkplaten, thermokussens, glas- of steenwol, of PUR-schuim. Dan is de vloer geïsoleerd.

    • Is de isolatie minder dan 8 cm dik? Vul in: ‘matige isolatie: 5–8 cm’.

    • Is de isolatie dikker dan 8 cm of zie je thermokussens? Vul in: ‘goede isolatie: 8–10 cm’.

  • Isolatie op de bodem van de kruipruimte Soms ligt isolatiemateriaal op de bodem van de kruipruimte, zoals dikke lagen piepschuim, zakken met isolatiemateriaal of schelpen. Dit is minder effectief dan isolatie bovenop de vloer. Vul in: ‘matige isolatie: 5–8 cm’.

  • Isolatie direct op de vloer Je herkent dit aan een verdikking in laminaat of tapijt, bijvoorbeeld een bolling. Vul in: ‘matige isolatie: 5–8 cm’.

  • Volledig nieuwe vloer met isolatie Heb je een nieuwe vloer volledig met isolatie gelegd? Vul in: ‘goede isolatie: 8–10 cm’.

Woningen gebouwd tussen 1983 en 1991

Tijdens de bouw is de vloer van je woning matig geïsoleerd. In sommige gevallen kan de isolatie na de bouw verbeterd zijn. Controleer dit in de kruipruimte: zie je een isolatielaag van 8 cm of dikker? Vul in: ‘goede isolatie: 8–10 cm’.

Woningen gebouwd tussen 1992 en 2013

De woning kreeg tijdens de bouw goede vloerisolatie: 8–10 cm. De kans dat dit later is verbeterd naar zeer goed is klein. Uitzondering: sinds 2009 zijn de isolatienormen aangescherpt, waardoor woningen van 2010–2013 waarschijnlijk zeer goede isolatie hebben.

Woningen gebouwd vanaf 2014

De woning kreeg tijdens de bouw zeer goede vloerisolatie: 13–20 cm.

Schuin dak isolatie [sloped_roof_insulation]

1

Geen

Not present

Build Year <= 4

2

Matig

Mediocre

Build Year <= 5

3

Goed

Good insulation

Build Year <= 6

4

Zeer goed

Very good insulation

Build Year > 6

Tabel: Rc-waarden

De dikte van de gebruikte isolatie wordt opgegeven in cm. De Rc‑waarden staan tussen haakjes in m²K/W. Een hoge warmteweerstand (Rc) duidt op goede (dikke) isolatie.

construction year

no insulation

mediocre / cavity insulation

good insulation

very good insulation

vóór 1975

0 cm (0,22 m2K/W)

3 cm (0,89 m2K/W)

8 cm (2,00 m2K/W)

17 cm (4,00 m2K/W)

1975 – 1987

0 cm (0,22 m2K/W)

5 cm (1,33 m2K/W)

10 cm (2,44 m2K/W)

17 cm (4,00 m2K/W)

na 1987

5 cm (1,33 m2K/W)

10 cm (2,44 m2K/W)

17 cm (4,00 m2K/W)

Informatie over de isolatie van je dak is vaak terug te vinden in documenten over de woning, zoals een aankoopbrochure, een bouwkundig rapport of facturen van renovaties.

Je kunt de dakisolatie ook zelf controleren (van binnenuit). Het bouwjaar van je woning kan daarbij helpen.

Woningen gebouwd vóór 1975 Het dak kan na de bouw nog geïsoleerd zijn.

  • Plat dak: het isolatiemateriaal is zichtbaar op de dakbedekking.

  • Schuin dak: controleren is lastiger, omdat de isolatie vaak verborgen is. Tips:

    • Binnenisolatie: Als het niet netjes afgewerkt is, zie je de isolatie direct. Bij afgewerkte platen kun je in de zolder of achter scheidingswanden kijken of er een onafgewerkt deel is waar het materiaal zichtbaar is. Soms is isolatiemateriaal zichtbaar rond een ventilatiepijp of schoorsteen.

    • Buitenisolatie: Til een dakpan van een dakraam op om het isolatiemateriaal tussen dakpannen en dakbeschot te zien.

Meet de dikte van het isolatiemateriaal:

  • Maximaal 8 cm → ‘matige isolatie: 5–8 cm’

  • Dikker dan 8 cm → ‘goede isolatie: 8–10 cm’

Woningen gebouwd tussen 1975 en 1991 De woning heeft matige dakisolatie. In sommige gevallen kan de isolatie na de bouw verbeterd zijn door vervanging van oud materiaal of extra lagen. Controleer dit door het isolatiemateriaal te meten:

  • Binnenisolatie: zoals hierboven, zichtbare isolatie in de zolder of achter scheidingswanden.

  • Buitenisolatie: zoals hierboven, controle via dakpan bij een dakraam.

Dik isolatiemateriaal (>8 cm) → ‘goede isolatie: 8–10 cm’

Woningen gebouwd tussen 1992 en 2013 De woning kreeg tijdens de bouw goede dakisolatie: 8–10 cm. De kans dat dit later is verbeterd naar zeer goed is klein. Uitzondering: sinds 2009 zijn de isolatienormen aangescherpt, waardoor woningen van 2010–2013 waarschijnlijk zeer goede isolatie hebben.

Woningen gebouwd vanaf 2014 De woning kreeg tijdens de bouw zeer goede dakisolatie: 13–20 cm.

Plat dakisolatie [flat_roof_insulation]

1

Geen

Not present

Build Year <= 4

2

Matig

Mediocre

Build Year <= 5

3

Goed

Good insulation

Build Year <= 6

4

Zeer goed

Very good insulation

Build Year > 6

Tabel: Rc-waarden

De dikte van de gebruikte isolatie wordt opgegeven in cm. De Rc‑waarden staan tussen haakjes in m²K/W. Een hoge warmteweerstand (Rc) duidt op goede (dikke) isolatie.

construction year

no insulation

mediocre / cavity insulation

good insulation

very good insulation

before 1975

0 cm (0,22 m2K/W)

3 cm (0,89 m2K/W)

8 cm (2,00 m2K/W)

17 cm (4,00 m2K/W)

1975 – 1987

0 cm (0,22 m2K/W)

5 cm (1,33 m2K/W)

10 cm (2,44 m2K/W)

17 cm (4,00 m2K/W)

after 1987

5 cm (1,33 m2K/W)

10 cm (2,44 m2K/W)

17 cm (4,00 m2K/W)

Informatie over de isolatie van je dak is vaak terug te vinden in documenten over de woning, zoals een aankoopbrochure, een bouwkundig rapport of facturen van renovaties. Je kunt de dakisolatie ook zelf controleren (van binnenuit). Het bouwjaar van je woning kan hierbij helpen.

Woningen gebouwd vóór 1975 Het dak kan na de bouw nog geïsoleerd zijn.

  • Plat dak: het isolatiemateriaal is vaak zichtbaar op de dakbedekking.

  • Schuin dak: controleren is lastiger, omdat de isolatie vaak verborgen is. Tips:

    • Binnenisolatie: Als de afwerking onvolledig is, zie je de isolatie direct. Bij afgewerkte platen kun je in de zolder of achter scheidingswanden kijken of er een onafgewerkt deel is waar het materiaal zichtbaar is. Soms is isolatiemateriaal zichtbaar rond een ventilatiepijp of schoorsteen.

    • Buitenisolatie: Til een dakpan van een dakraam op om het isolatiemateriaal te zien tussen dakpannen en dakbeschot.

Meet de dikte van het isolatiemateriaal:

  • Maximaal 8 cm → ‘matige isolatie: 5–8 cm’

  • Dikker dan 8 cm → ‘goede isolatie: 8–10 cm’

Woningen gebouwd tussen 1975 en 1991 De woning heeft matige dakisolatie. In sommige gevallen is de isolatie verbeterd na de bouw door vervanging van oud materiaal of het aanbrengen van een extra isolatielaag. Controleer dit door het isolatiemateriaal te meten:

  • Binnenisolatie: zoals hierboven, zichtbaar in de zolder of achter scheidingswanden.

  • Buitenisolatie: zoals hierboven, controle via dakpan bij een dakraam.

Is de isolatie dikker dan 8 cm → ‘goede isolatie: 8–10 cm’

Woningen gebouwd tussen 1992 en 2013 De woning kreeg tijdens de bouw goede dakisolatie: 8–10 cm. De kans dat dit later is verbeterd naar zeer goed is klein. Uitzondering: sinds 2009 zijn de isolatienormen aangescherpt, waardoor woningen van 2010–2013 waarschijnlijk zeer goede isolatie hebben.

Woningen gebouwd vanaf 2014 De woning kreeg tijdens de bouw zeer goede dakisolatie: 13–20 cm.

Ramen woonkamer [living_room_windows]

1

Enkel

Single

2

Dubbel

Double

Build Year <= 6

3

HR++

HR++

Build Year > 6

4

Drievoudig

Triple

Tabel: U-waarden

De U‑waarden van het totale raam (inclusief houten kozijn) staan vermeld in de tabel.

Glastype

U waarde venster (W/m2K)

Enkel

5,2

Dubbel

2,9

HR++

1,8

Drievoudig/triple

1,2

Of je enkel glas, dubbel glas, HR++ glas of triple glas hebt, is vaak terug te vinden in een aankoopbrochure, bouwkundig rapport of facturen van renovaties. Je kunt het ook zelf controleren door naar het glas van je ramen te kijken:

  • Enkel glas: zie je één glasplaat? Dan heb je enkel glas.

  • Dubbel glas / HR++ glas: zie je twee glasplaten met een aluminium strip ertussen? Dan heb je dubbel glas of HR++ glas. Het verschil is moeilijk te zien. Soms staan de letters HR++ duidelijk op de aluminium strip.

    • Geen letters te zien? Doe de vlamtest: houd een aansteker of lucifer diagonaal voor het glas. Bij dubbel glas zie je vier vlamreflecties van dezelfde kleur. Als de tweede of derde vlam een andere kleur heeft, is het HR++ glas.

  • Triple glas: je ziet drie glasplaten met ruimtes ertussen.

Ramen slaapkamer [bedroom_windows]

1

Enkel

Single

2

Dubbel

Double

Build Year <= 6

3

HR++

HR++

Build Year > 6

4

Drievoudig

Triple

De U‑waarden van het complete raam (inclusief houten kozijn) staan vermeld in de tabel.

Glastype

U waarde venster (W/m2K)

Enkel

5,2

Dubbel

2,9

HR++

1,8

Drievoudig/Triple

1,2

Installatie [instalation]

De installatie bestaat uit ruimteverwarming en tapwater.

Lokaal gasverw.+geiser

1

Local gas heating and geiser

VR-ketel+geiser

2

VR boiler and geiser

VR-combi ketel

3

VR (Verbeterd rendement) combi boiler

HR-combi ketel

4

HR (Hoog Rendement) combi boiler

HR-combi+zonneboiler

5

HR combi and solar boiler

Elektrishe lucht-water WP

6

Stadsverwarming

7

District heating

Hybride warmtepomp

8

Electric heat pump and gas boiler

Warmtepomp details

Warmtepompen – volledig elektrisch

  • Voorkeursgenerator: lucht‑water warmtepomp, zodanig dat de warmtepomp 60% van de warmtevraag dekt

  • Temperatuurniveau: 50 °C in combinatie met vloerverwarming

  • COP (terugvoer): 2,8 (NTA 8800 referentiewaarde)

  • Vermogen WP: niet gespecificeerd, aangenomen dat de WP de gehele vraag dekt

Warmtepompen – hybride

  • Temperatuurniveau: 55 °C in combinatie met radiatoren

  • COP (terugvoer): 2,6 (NTA 8800 referentiewaarde)

  • Vermogen HP: 4,2 kW in combinatie met een 35 kW HR-ketel

  • De warmtepomp werkt samen met je bestaande boiler en gebruikt elektriciteit. Buiten staat een apparaat dat lijkt op een airconditioner.

Hybride versus volledig warmtepomp

  • Hybride: werkt samen met een HR- of VR-ketel. Binnen bij de ketel is een kleine warmtewisselaar aanwezig.

  • Volledig elektrisch – lucht: apparaat ter grootte van een hoge koelkast, haalt warmte uit de buitenlucht. Combinatie voor verwarming en warm tapwater.

  • Volledig elektrisch – bodem: haalt warmte uit de bodem via een boorgat in de tuin of onder de woning. Geen buitenunit. Combinatie voor verwarming en warm tapwater.

Combi-ketel of losse apparaten

  • Combi-ketel: één apparaat voor verwarming en warm water (meest voorkomend).

  • Losse apparaten: aparte ketel of gaskachel voor verwarming en een aparte boiler/geiser voor warm water.

HR en VR ketels

  • HR (Hoog Rendement): meestal ketels van 1998 of later. Controleer typeplaat of Gaskeur-sticker.

  • VR (Verbeterd Rendement): meestal ketels van vóór 1998.

Districtverwarming

  • Als je woning geen eigen verwarmingsapparaat heeft, gebruik je stadsverwarming. Je hebt geen gasaansluiting, maar wel een warmtewisselaar.

Gebruik en verbruik

De werkuren van de warmtepomp zijn gebaseerd op de warmtebehoefte en de gemiddelde buitentemperatuur.

  • Dagtemperatuur: 20 °C

  • Nachttemperatuur: 16 °C Het verbruik van de warmtepomp volgt uit de benodigde warmte om de woning op deze temperaturen te houden.

Ventilatie [ventilation]

1

Natuurlijke ventilatie

Natural ventilation

Build Year <= 4

2

Mechanische afzuiging

Mechanical exhaust ventilation

Build Year <= 7

3

Balansventilatie met wtw

Balanced ventilation with heat recovery

Build Year > 7

4

Decentrale balansventilatie

Decentralized balanced ventilation

Natuurlijke ventilatie

Bij natuurlijke ventilatie komt verse lucht de woning binnen via (klep)ramen en roosters. De lucht wordt afgevoerd via het dak met luchtkanalen (bijvoorbeeld vanuit het toilet). De luchtstroom verloopt “automatisch”, onder invloed van wind en temperatuur.

Tot ongeveer 1980 werden woningen gebouwd met natuurlijke ventilatie. Daarna werden mechanische ventilatiesystemen gebruikelijk.

Opmerking: bij woningen gebouwd na 1999 is het niet mogelijk om code 0 – Natuurlijke ventilatie in te voeren.

Mechanische afvoer

Bij mechanische afvoer wordt de lucht afgevoerd met een continu werkende ventilatie-unit met een elektrische ventilator. Deze unit hangt meestal in dezelfde ruimte als de ketel. Verse lucht komt de woonkamer en slaapkamers binnen via roosters of klepramen.

Kenmerken:

  • ‘Kleppen’ in het plafond van keuken, badkamer of toilet

  • Slangen of kanalen verbinden de afvoer van lucht naar de ventilatie-unit

  • Twee kanalen: één voor aanvoer van lucht naar de unit, één voor de afvoer naar het dak

  • Keuken of badkamer kan een schakelaar hebben met meerdere standen (1‑2‑3 of 1‑2)

Balansventilatie met warmte-terugwinning (WTW / HRV)

Bij balansventilatie worden zowel aanvoer als afvoer van lucht mechanisch geregeld via een ventilatie-unit met twee ventilatoren: één voor aanvoer en één voor afvoer.

Kenmerken:

  • Verse lucht via kleppen in plafond van woonkamer en slaapkamers

  • Afvoer via kleppen in keuken, badkamer en toilet

  • Vier kanalen/slangen verbonden met de unit (meestal nabij de ketel)

  • Gebruikt sinds circa 2000, maar nog niet standaard in alle nieuwbouwwoningen

  • Energie-efficiënt door hergebruik van warmte uit de afgevoerde lucht (warmteterugwinning)

Ventilatie-unit per kamer met WTW / HRV

  • Unit in de muur of onder het raam van één kamer

  • Levert direct verse lucht en voert gebruikte lucht af

  • Warmte uit de afgevoerde lucht verwarmt de inkomende lucht (warmteterugwinning)

  • Meestal toegepast in woonkamer en/of slaapkamer(s)

  • Overige ruimtes ventileren via natuurlijke ventilatie of mechanische afvoer

Vraaggestuurde ventilatie

  • Afvoer via kleppen in plafond van keuken, badkamer en toilet

  • Slangen verbonden met een ventilatie-unit (meestal in dezelfde ruimte als de ketel)

  • Verse lucht via roosters bij ramen

  • CO₂-sensoren meten luchtkwaliteit per kamer

  • Unit past luchttoevoer automatisch aan: altijd optimaal geventileerd, niet te veel en niet te weinig

Warmteterugwinning douche [shower]

Bij een douche-WTW wordt de warmte van het afgevoerde douchewater gebruikt om het koude toevoerwater voor te verwarmen. Het voorverwarmde water gaat vervolgens naar de douchekraan en/of naar de combiketel of boiler, waardoor de ketel minder energie hoeft te verbruiken.

Er zijn verschillende typen WTW:

  • Verticale douchebuis: geschikt voor een badkamer op één verdieping

  • Speciale douchebakken of goten: bevatten een horizontaal warmteterugwinningssysteem

Hiermee wordt het energieverbruik voor warm water aanzienlijk verminderd.

Geen douche WTW

1

No shower heat recovery

Douche WTW

2

Vertical shower heat recovery system

Zonnepanelen [solar_panels]

De invoer en opbrengst van zonnepanelen wordt gemeten in vierkante meters, waarbij een standaardpaneel een oppervlakte van 1,65 m² heeft.

Invoer

s‍olar_panels als invoer volgt met een lijst van panelen, waarbij elk paneel een specifieke parameter van één zonnepaneel bevat. De parameters van de panelen staan in de onderstaande tabel:

pv_total_watt_peak

float

The total watt peak power of the existing system = pv_area * specific_watt_peak

calculation

When inputting existing system: either pv_total_watt_peak or (pv_area and specific_watt_peak) is mandatory. If there is no existing system then 0.

pv_area

float

The total effective area of all existing solar panels combined. Standard panel size is 1.65 m^2

1.65 m^2 per panel

When inputting existing system: either pv_total_watt_peak or (pv_area and specific_watt_peak) is mandatory. If there is no existing system then 0.

specific_watt_peak

float

The watt peak/m^2 of the panels. Standard panel size is 1.65 m^2

250 Wp/m^2

When inputting existing system: either pv_total_watt_peak or (pv_area and specific_watt_peak) is mandatory. If there is no existing system then 0.

angle

integer

The angle of the solar panels.

angle > 0

angle <= 90

45

mandatory

orientation

integer

The orientation of the solar panels

0 = N

45 = NO

90 = O

135 = ZO

180 = Z

225 = ZW

270 = W

315 = NW

mandatory

roof_type

integer

The roof type

1 = sloped

2 = flat

mandatory

free_roof_area

float

The free space on this roof surface in m^2 that can be used for additional panels.

0

Respons

A) Zonnepanelen als lijst van objecten

solar_panels: elk object bevat de berekende parameters van één zonnepaneel. De parameters staan in de onderstaande tabel.

roof_surface

integer

Identifies which roof surface a solar panel is installed on.

If there are multiple solar panels, each panel’s dictionary has its own roof_surface value

roof_type

string

sloped or flat

original_watt_peak_capacity

float

The total watt peak power of the existing system = pv_area * specific_watt_peak

total_watt_peak_capacity

float

added_watt_peak_capacity

float

added_panels

integer

inclination_angle

integer

The angle of the solar panels.

angle > 0

angle <= 90

orientation

integer

The orientation of the solar panels

0 = N

45 = NO

90 = O

135 = ZO

180 = Z

225 = ZW

270 = W

315 = NW

B) Respons van zonnepanelen inclusief de maatregelen

solar_panels: geeft het aantal zonnepanelen vóór en na de maatregelen, inclusief kosten, CO₂‑reductie en besparingen.

Last updated